Advanced search options

Advanced Search Options 🞨

Browse by author name (“Author name starts with…”).

Find ETDs with:

in
/  
in
/  
in
/  
in

Written in Published in Earliest date Latest date

Sorted by

Results per page:

Sorted by: relevance · author · university · dateNew search

You searched for subject:(opvoedingsgedrag). Showing records 1 – 2 of 2 total matches.

Search Limiters

Last 2 Years | English Only

No search limiters apply to these results.

▼ Search Limiters


Universiteit Utrecht

1. Graaf, L.J. de. Voorspellers van opvoedingsgedrag: verschillen voor papa en mama?.

Degree: 2012, Universiteit Utrecht

Dit onderzoek had tot doel om te onderzoeken welke verschillen er zijn tussen vaders en moeders in de ouder-, partner-, kind- en omgevingsfactoren die samenhangen met hun opvoedingsgedrag. De steekproef bestond uit 903 (43%) vaders en 1197 (57%) moeders die samen met een partner en met ten minste een kind tussen de twee en zeventien jaar een huishouden vormen. Het opvoedingsgedrag van vaders en moeders is gemeten aan de hand van tien opvoedingsstrategieƫn: affectie, responsiviteit, inductie, uitleggen, autonomie, straffen, belonen, negeren, organisatie en consistentie. De resultaten laten zien dat er meer overeenkomsten dan verschillen zijn tussen vaders en moeders in de factoren die samenhangen met hun manier van opvoeden. De verschillen die gevonden zijn, sluiten aan op de theoretische veronderstelling dat de invulling van het vaderschap meer dan de invulling van het moederschap variabel kan zijn afhankelijk van de omstandigheden. De partner- en omgevingsfactoren en de leeftijd van het kind zijn voorspellers die vaker sterker samenhangen met het opvoedingsgedrag van vaders. Advisors/Committee Members: Hoogenboom, Marcel, Da Roit, Barbara.

Subjects/Keywords: Sociale Wetenschappen; Opvoeding; opvoedingsgedrag; vaders; moeders; voorspellers

Record DetailsSimilar RecordsGoogle PlusoneFacebookTwitterCiteULikeMendeleyreddit

APA · Chicago · MLA · Vancouver · CSE | Export to Zotero / EndNote / Reference Manager

APA (6th Edition):

Graaf, L. J. d. (2012). Voorspellers van opvoedingsgedrag: verschillen voor papa en mama?. (Masters Thesis). Universiteit Utrecht. Retrieved from http://dspace.library.uu.nl:8080/handle/1874/252688

Chicago Manual of Style (16th Edition):

Graaf, L J de. “Voorspellers van opvoedingsgedrag: verschillen voor papa en mama?.” 2012. Masters Thesis, Universiteit Utrecht. Accessed December 05, 2020. http://dspace.library.uu.nl:8080/handle/1874/252688.

MLA Handbook (7th Edition):

Graaf, L J de. “Voorspellers van opvoedingsgedrag: verschillen voor papa en mama?.” 2012. Web. 05 Dec 2020.

Vancouver:

Graaf LJd. Voorspellers van opvoedingsgedrag: verschillen voor papa en mama?. [Internet] [Masters thesis]. Universiteit Utrecht; 2012. [cited 2020 Dec 05]. Available from: http://dspace.library.uu.nl:8080/handle/1874/252688.

Council of Science Editors:

Graaf LJd. Voorspellers van opvoedingsgedrag: verschillen voor papa en mama?. [Masters Thesis]. Universiteit Utrecht; 2012. Available from: http://dspace.library.uu.nl:8080/handle/1874/252688


Universiteit Utrecht

2. Plaisier, X.S. De effectiviteit van de gezinsdagbehandeling van het RMPI op basis van Parental Self-efficacy.

Degree: 2008, Universiteit Utrecht

Er zijn plannen om ongeboren kinderen alvast aan te melden bij jeugdzorg, hierdoor kan de hulpverlening sneller op gang komen wanneer het kind geboren is. Maar hiermee wordt er voorbij gegaan aan het feit dat dit een signaal afgeeft aan ouders dat zij (mogelijk) hun eigen kind niet op kunnen voeden, wat een negatief effect zou kunnen hebben op de parental self-efficacy (PSE) van deze ouders. Uit voorgaand onderzoek is gebleken dat de mate van PSE verband houdt met het gedrag van de kinderen en het psychisch welzijn van de ouders. De gezinsdagbehandeling van het Rotterdams Medisch Pedagogisch instituut stelt als een van haar doelen de PSE te verhogen gedurende de behandeling. In dit onderzoek is nagegaan of de PSE daadwerkelijk stijgt gedurende de behandeling, of dit verband houdt met de klachten van de ouders en de problemen van het kind en of er een patroon te ontdekken is in de ontwikkeling van PSE. Dit onderzoek is uitgevoerd aan de hand van afname van vragenlijsten op drie meetmomenten: voor de behandeling, tijdens (na drie weken) en na de behandeling (na zes weken). De lijsten zijn ingevuld door participanten in een behandelgroep die op het punt stond te starten met een zes weekse behandeling van drie dagen in de week en een controlegroep bestaande uit gezinnen op de wachtlijst. Uit de resultaten blijkt dat de behandeling een positief effect heeft op de ontwikkeling van PSE. Er werd geen verband gevonden met de klachten van de ouders en de problemen van het kind. Dit komt mogelijk door een te kleine power in de statistische analyse. Het opvoedgedrag van de ouders blijkt in de eerste drie weken van de behandeling te verbeteren en het globale oordeel van ouders over het welzijn van het kind in de laatste drie weken. Gedurende de gehele behandeling steeg de PSE en het gezinsklimaat. Advisors/Committee Members: Boxtel, H. van.

Subjects/Keywords: Sociale Wetenschappen; Parental Self-Efficacy; gezinsdagbehandeling; probleem gedrag; opvoedingsgedrag

Record DetailsSimilar RecordsGoogle PlusoneFacebookTwitterCiteULikeMendeleyreddit

APA · Chicago · MLA · Vancouver · CSE | Export to Zotero / EndNote / Reference Manager

APA (6th Edition):

Plaisier, X. S. (2008). De effectiviteit van de gezinsdagbehandeling van het RMPI op basis van Parental Self-efficacy. (Masters Thesis). Universiteit Utrecht. Retrieved from http://dspace.library.uu.nl:8080/handle/1874/30826

Chicago Manual of Style (16th Edition):

Plaisier, X S. “De effectiviteit van de gezinsdagbehandeling van het RMPI op basis van Parental Self-efficacy.” 2008. Masters Thesis, Universiteit Utrecht. Accessed December 05, 2020. http://dspace.library.uu.nl:8080/handle/1874/30826.

MLA Handbook (7th Edition):

Plaisier, X S. “De effectiviteit van de gezinsdagbehandeling van het RMPI op basis van Parental Self-efficacy.” 2008. Web. 05 Dec 2020.

Vancouver:

Plaisier XS. De effectiviteit van de gezinsdagbehandeling van het RMPI op basis van Parental Self-efficacy. [Internet] [Masters thesis]. Universiteit Utrecht; 2008. [cited 2020 Dec 05]. Available from: http://dspace.library.uu.nl:8080/handle/1874/30826.

Council of Science Editors:

Plaisier XS. De effectiviteit van de gezinsdagbehandeling van het RMPI op basis van Parental Self-efficacy. [Masters Thesis]. Universiteit Utrecht; 2008. Available from: http://dspace.library.uu.nl:8080/handle/1874/30826

.